Het anterieure motoneuron (motorische zenuwcel)

De zenuwcel ligt in het voorste deel van het ruggenmerg (voorhoorn). Het motoneuron bestaat uit korte dendrieten die impulsen naar het cellichaam (soma) geleiden. Via het axon worden de impulsen vanuit het soma naar de spieren geleid. Het motorische neuron van de voorhoorn is een grote zenuwcel met een dik axon. Het axon wordt omhuld door een dikke myelineschede die door Schwanncellen wordt gemaakt. Dit heeft als gevolg dat deze zenuwcel zeer snel impulsen kan verzenden richting de spieren. Over het axon wordt het impuls als elektrisch signaal verzonden. Op het uiteinde van het axon (terminale axon) wordt het elektrisch signaal omgezet in een chemisch signaal in de vorm van de neurotransmitter acetylcholine. Acetylcholine zorgt voor een reeks veranderingen in de spier die uiteindelijk voor spiercontractie zorgen.

Bouw van het anterieure motoneuron
Het anterieure motoneuron ligt in het anterieure (voorste) deel van het ruggenmerg en bestaat globaal uit een cellichaam, dendrieten en een lange uitloper (axon). Elk van deze onderdelen worden beschreven. Vervolgens worden nog andere onderdelen van de anterieure motoneuron beschreven.

Cellichaam (soma)
Het cellichaam wordt ook wel soma genoemd. In het cellichaam bevindt zich de celkern van de zenuwcel. Door de celkern worden elektrische signalen gemaakt, neurotransmitters (acetylcholine in het geval van de anterieure motoneuron) en worden eiwitten gemaakt die de motorische zenuwcel in stand houden.

Dendrieten
De dendrieten van de motorische zenuwcel zijn korte uitlopers die impulsen zenden richting het soma.

Axon
Het axon van de motorische zenuwcel is de langste uitloper. Het axon zendt impulsen vanuit het soma richting de spieren. Het terminale axon is het uiteinde van het axon. In het terminale axon liggen in blaasjes (vesikels) de neurotransmitter acetylcholine opgeslagen.

Schwanncellen en myelineschede
De axonen van de motorische zenuw liggen grotendeels in het perifere zenuwstelsel. De axonen van motorische zenuwen kunnen omhuld worden door een myelineschede. Deze myelineschede wordt aangemaakt door Schwanncellen. Deze Schwanncellen vormen een klein stukje van de myelineschede die elke keer wordt ingesnoerd. Deze insnoeringen worden insnoeringen van Ranvier genoemd. Tussen twee insnoeringen ligt telkens een Schwanncel. Deze insnoeringen van Ranvier zorgen ervoor dat het elektrisch signaal zeer snel over het axon vervoerd wordt.
Hoe dikker het axon en myelineschede des te hoger de geleidingssnelheid van de zenuwcel.

Neurilemma
Het neurilemma ligt om het buitenste deel van de zenuwcel. Het neurilemma is het celmembraan van de zenuwcel.

Functie van het anterieure motoneuron
Het anterieure motoneuron is een van de grotere neuronen van het zenuwstelsel. Het anterieure motoneuron is een efferent neuron. Dit betekent dat het motoneuron impulsen zendt vanuit het centrale zenuwstelsel richting de spieren.
Het motoneuron kan door zijn grote cellichaam (soma) snelle en sterke impulsen verzenden. Deze impulsen worden met grote snelheid (70 tot 120 meter per seconde) over de langste uitloper (axon) naar de spieren verzonden. Het signaal wordt over de uitloper van de zenuw als elektrisch signaal verzonden. Bij het uiteinde van de axon (terminale axon) zorgt het elektrisch signaal voor het vrijkomen van de neurotransmitter acetylcholine (ACh). ACh komt vrij in de neuromusculaire spleet en hecht aan receptoren van het sarcolemma (celmembraan van de spiercel).
ACh zorgt voor een reeks van chemische veranderingen in de spier die uiteindelijk leiden tot een spiercontractie.

Input en output van de motorische zenuwcel
De motorische zenuwcel genereert pas output in de vorm van impulsen als het input krijgt. De motorische zenuwcel kan input krijgen vanuit sensorische neuronen in de achterhoorn van het ruggenmerg. Dit is het geval bij reflexen. Bij reflexen is er een direct contact tussen het sensorische en motorische deel van het zenuwstelsel.
Ook kan de motorische zenuw input krijgen vanuit hogere motorische hersencentra van de grote hersenen en vanuit schakelneuronen (interneuronen).

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf en verdien geld!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Vegetatieve prikkels, (hoofdpijn) en temperatuur

Zenuwstelsel; overzicht van het zenuwstelsel

Zenuwstelsel; bouw en functie van neuronen

Zenuwstelsel; neuronen en neurotransmitters

Zenuwstelsel; actiepotentialen en impulsgeleiding

Zenuwstelsel; indelingen van het zenuwstelsel

Zenuwstelsel; het centrale zenuwstelsel (CZS)

Histologie (weefsels); bouw en functie zenuwweefsel

Inleiding in de fysiologie van het zenuwstelsel

Zenuwstelsel; het autonome zenuwstelsel

Zenuwstelsel: parasympatisch en sympatisch zenuwstelsel

Bronnen:

William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia