Inspanningsfysiologie; componenten van het energiegebruik

Het totale energiegebruik bestaat uit ruststofwisseling, thermogenese (Specifiek Dynamische Werking; SDW) en fysieke activiteit. De ruststofwisseling is het energiegebruik in rust en geeft weer hoeveel energie nodig is om alle lichaamsprocessen goed te laten verlopen. De SDW is de hoeveelheid energie die nodig is om voeding te verteren, op te nemen en op te slaan in de lichaamsvoorraden en wordt nog verhoogd door koude. Bij bewegen is energie nodig. Bij mensen die matig actief zijn, draagt fysieke activiteit voor ongeveer 10-30% bij aan het totale energiegebruik. Bij mensen die zeer actief zijn, kan fysieke activiteit tot wel 70% bijdragen aan het totale energiegebruik.

Totaal energiegebruik bestaat uit drie componenten
Het totale energiegebruik bestaat uit drie componenten. Deze drie componenten zijn:

  1. Ruststofwisseling
  2. Thermogenese, of specifiek dynamische werking (SDW)
  3. Fysieke activiteit

Bij volwassen gezonde mensen die matig actief zijn, draagt elke component voor een bepaald deel bij aan het totale energiegebruik. Ruststofwisseling, SDW en fysieke activiteit dragen respectievelijk voor 60-75%, 10% en 10-30% bij aan het totale energiegebruik. Hieronder worden de drie verschillende componenten van het totale energiegebruik nader beschreven.

Ruststofwisseling en energiegebruik
De ruststofwisseling draagt bij mensen die matig fysiek actief zijn voor 60-75% bij aan het totale energiegebruik. De ruststofwisseling ligt bij mannen gemiddeld hoger, dan bij vrouwen. De ruststofwisseling is bij mannen vijf tot tien procent hoger, dan bij vouwen. Mannen hebben een hogere ruststofwisseling dan vrouwen, omdat mannen zwaarder zijn en meer spiermassa hebben. Een traag functionerende schildklier verlaagt de ruststofwisseling. Een hoge graad van opbouw en afbraak van eiwitten (eiwitturnover; is hoger bij sporters) verhoogt de ruststofwisseling. Ook leeftijd, spiermassa en conditie beïnvloeden de ruststofwisseling. Een hoge leeftijd verlaagt de ruststofwisseling, dit komt omdat met het ouder worden mensen spiermassa verliezen. Bij elke tien jaar die mensen ouder worden, verliezen zij doorgaans twee tot drie procent spiermassa. Veel spiermassa en een goede conditie verhogen de ruststofwisseling. Ook bepaalde ziekten en ernstige brandwonden verhogen de ruststofwisseling.
De ruststofwisseling bestaat uit slaapmetabolisme, dat verhoogd wordt door wakkere staat. De stofwisseling in wakkere staat wordt basaalmetabolisme. Ruststofwisseling is basaalmetabolisme waar arousal (activatietoestand van het lichaam) bij opgeteld is.
De zuurstofopname bij ruststofwisseling ligt gemiddeld tussen de 160 en 290 milliliter per minuut. Dit heeft een energiegebruik tussen de 0,8 en 1,43 kCal per minuut tot gevolg.

Thermogenese, Specifiek Dynamische Werking (SDW) en energiegebruik
Het SDW draagt bij mensen die matig fysiek actief zijn voor ongeveer 10% bij aan het totale energiegebruik. De SDW is het extra energiegebruik wat nodig is om voeding te verteren, op te nemen in de lichaamsvoorraden te verplaatsen. Ook de extra energie die nodig is om het lichaam warm te houden verhogen de SDW. Verder verhogen bepaalde medicijnen en voedingsstoffen de SDW. Cafeïne en capsaïcine (uit rode pepers) lijken bijvoorbeeld de SDW te verhogen.

Fysieke activiteit en energiegebruik
Fysieke activiteit draagt bij mensen die matig fysiek actief zijn voor ongeveer 10-30% bij aan het totale energiegebruik. Onder fysieke activiteit wordt niet alleen sporten verstaan, maar fysieke activiteit in het huishouden en werk. Mensen met een hoger lichaamsgewicht en spiermassa verbranden meer calorieën bij fysieke inspanning. Bij mensen die zeer veel bewegen draagt fysieke activiteit voor een groter deel bij aan het totale energiegebruik. Bij Tour de France wielrenners kan fysieke activiteit tot wel 70% bijdragen een het totale energiegebruik. Wanneer overigens mensen fitter worden, verbranden zij meer calorieën tijdens bewegen en zal fysieke activiteit relatief meer bijdragen aan het totale energiegebruik. Intensief sporten verhoogt overigens ook de ruststofwisseling. Dit fenomeen wordt EPOC (Excess Post Oxygen Consumption) genoemd. Intensief sporten verhoogt de zuurstofopname en dus het energiegebruik in rust. De extra energie die gebruikt wordt, is nodig om het lichaam te laten herstellen.

Lees ook:

Schrijf ook voor de grootste online bibliotheek en verdien een extra inkomen

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Inspanningsfysiologie; EPOC, waarom is de verbranding na intensief sporten hoger?

Inspanningsfysiologie; verbranding en directe calorimetrie

Inspanningsfysiologie; anaeroob alactisch energiesysteem; ATP-CP-systeem

Inspanningsfysiologie; anaerobe afbraak glucose (glycolyse)

Inspanningsfysiologie; anaerobe energiesystemen

Inspanningsfysiologie; brandstof voor bewegen

Inspanningsfysiologie; energie voor sport en bewegen

Inspanningsfysiologie; wat is een calorie?

Inspanningsfysiologie; eten voor wedstrijd en training

Inspanningsfysiologie; eiwitten, vetten en koolhydraten

Inspanningsfysiologie; vetten en sport

Inspanningsfysiologie; koolhydraten en sport

Inspanningsfysiologie; eiwitten en sport

Bronnen:

William D. McArdle, Victor L. Katch, & Frank I. Katch (2014) Exercise Physiology, Nutrition, Energy, and Human Performance, LWW Philadelphia