Zintuigen; de pijnreceptoren en hoe voel je pijn?

Pijnreceptoren worden nociceptoren genoemd.Met de nociceptoren voel je pijn. Nociceptoren zijn sensorische neuronen die gevoelig zijn voor bepaalde prikkels (stimuli) en op basis van deze stimuli impulsen naar de hersenschors leiden die leiden tot de waarneming van pijn. Deze pijnlijke stimuli kunnen buiten het lichaam (externe stimuli), maar ook binnen (interne stimuli) voorkomen. De impulsgeleiding kan snel, maar ook langzaam plaatsvinden. Het resultaat van een snelle, danwel langzame impulsgeleiding is respectievelijk het snel en langzaam voelen van pijn na de initiële prikkel. Er zijn grofweg drie verschillende nociceptoren; nociceptoren van de huid, nociceptoren van de gewrichten en nociceptoren van de interne organen. Deze drie verschillende nociceptoren kennen weer een verdere onderverdeling in mechanische, chemische, thermische, slapende en polymodale nociceptoren.

Snelle en langzame pijn
Nociceptoren kunnen een impuls ontwikkelen na blootstelling aan bepaalde stimuli. Een stimuli moet groot genoeg zijn om een impuls te ontwikkelen. Nociceptoren hebben afferente zenuwvezels (axonen) die impulsen naar het centrale zenuwstelsel geleiden. De snelheid van de impulsgeleiding is afhankelijk van de dikte van de zenuwvezel en of deze zenuwvezel een myelineschede heeft. Impulsgeleiding van nociceptoren kan via dunne gemyeliniseerde Aδ-vezels en de nog dunnere C-vezels verlopen. De impulsgeleiding van de snelle Aδ-vezels is 6 tot 30 meter per seconde. De impulsgeleiding van de langzame C-vezels is 0,5 tot 2 meter per seconde. Het resultaat van de snelheid van impulsgeleiding is dat een snelle impulsgeleiding is het snel waarnemen van een scherpe goed lokaliseerbare pijn. Een trage impulsgeleiding zorgt ervoor dat pijn langzaam wordt gevoeld en dat de pijn meer zeurend en niet precies te lokaliseren is.

Typen nociceptoren
Grofweg kunnen de nociceptoren onderverdeeld worden in nociceptoren van de huid (en cornea en mucosa), gewrichten en interne organen. Deze drie typen nociceptoren kunnen weer verder onderverdeeld worden in mechanische, chemische, thermische, slapende en polymodale nociceptoren. Deze verschillende typen nociceptoren worden hieronden verder beschreven.

Mechanische nociceptoren
Mechanische nociceptoren generern een impuls bij sterke vervorming en/of hoge druk. Sterke rek op bijvoorbeeld spieren is een stimulus om een impuls te genereren door de mechanische nociceptoren.

Chemische nociceptoren
Chemische nociceptoren genereren een impuls wanneer zij worden blootgesteld aan bepaalde stoffen. Chemische nociceptoren in de spieren genereren een impuls wanneer zij worden blootgesteld aan waterstofionen die bij extreme inspanning vrijkomen. Ook capsaicine is een stof die de nociceptoren kan prikkelen. Capsaicine komt voor in pepers. Zeer hete pepers kunnen bij blootstelling aan de slijmvliezen van de mond tot een extreem pijngevoel leiden terwijl er geen weefselschade is.

Thermische nociceptoren
Thermische nociceptoren komen met name in de huid voor. Thermische nociceptoren worden niet geprikkeld bij temperaturen tussen ongeveer 7 en 43 graden Celsius. Thermische nociceptoren zijn niet in staat om impulsen te geleiden tussen deze twee grenzen. Thermische nociceptoren maken het dus niet mogelijk om de temperatuur van een object waar te nemen. Bij temperaturen lager dan 7 graden Celsius en hoger dan 43 graden Celsius genereren de thermische nociceptoren wel een impuls. Langdurige blootstelling aan temperaturen lager dan 5 graden Celsius en hoger dan 45 graden Celsius kan leiden tot weefselschade. Om extra veiligheid in te bouwen, genereren de thermische nociceptoren een impuls bij temperaturen lager dan 7 en hoger dan 43 graden Celsius.

Slapende nociceptoren
Sommige nociceptoren reageren op geen enkele stimulus. Deze nociceptoren worden slapende nociceptoren genoemd.

Polymodale nociceptoren
Polymodale nociceptoren reageren niet specifiek op een stimulus, maar op verschillende pijnlijke stimuli.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Zintuigen; de verschillende zintuigen

Zintuigen; tastreceptoren

Anatomie van het oor en fysiologie van het horen

De bouw van het oog

Het oog; neurale functie van de retina

Het zien, refractief vermogen; bijziendheid en verziendheid

Fysiologie van het horen

Bronnen:

JE. Hall, 2006, Pocket Companion to Textbook of Medical Physiology, Elsevier Inc
GA Thibodeau, Patton KT 2007, Anatomy & Physiology, Mosby/Elsevier
EN Marieb, Hoehn K 2007, Human Anatomy & Physiology, Pearson/Benjamin Cummings