Voortplanting; embryogenese (ontwikkeling van de baby)

De zwangerschap (ook wel gestatie of graviditeit genoemd) begint zodra de oöcyt (eicel) is bevrucht door een spermatozo (zaadcel). De gameten oöcyt en spermatozo zijn haploïde cellen met ieder 23 chromosomen en smelten in de bevruchting samen tot een diploïde cel met 23 chromosomenparen. De bevruchte eicel wordt een zygote genoemd en is een diploïde cel. De embryogenese start zodra de oöcyt bevrucht is en bestaat uit een aantal stadia waarin de zygote de morulafase, blastulafase en gastrulatie doorloopt. Na de gastrulatie volgt de organogenese en neurulatie plaats. Vanaf de 8ste week wordt de bevruchte oöcyt een foetus genoemd. In de gastrulatiefase worden de kiemlagen ectoderm, mesoderm en entoderm gevormd waaruit de verschillende orgaansystemen van de mens ontstaan.

Een zygote is een bevruchte oöcyt (eicel)
In de tuba uterine (oviductus, eileider) wordt de oöcyt (eicel) bevrucht door de spermatozo (zaadcel). De oöcyt en spermatozo zijn haploïde cellen. Haploïde cellen hebben van de 23 chromosomen maar een chromosoom.
Haploïde cellen worden ook wel gameten genoemd. In de conceptie (bevruchting) smelten de oöcyt en spermatozo samen tot een diploïde cel met van ieder chromosoom twee exemplaren. In totaal dus 23 chromosomenparen.
Het 23ste chromosomenpaar bepaalt uiteindelijk het geslacht van de baby. Bestaat het 23ste chromosomenpaar uit twee X-chromosomen dan is het geslacht van de baby een meisje. Bestaat het 23ste chromosomenpaar uit een X- en een Y-chromosoom dat is het geslacht van de baby een jongen. Het 23ste chromosoom van de oöcyt is altijd een X-chromosoom. Het 23ste chromosoom van de spermatozo kan een X-, of Y-chromosoom zijn. De spermatozo bepaalt dus uiteindelijk het geslacht van de baby.
De bevruchte oöcyt wordt in de eerste twee weken van de zwangerschap een zygote genoemd. De daarop volgende 6 weken wordt de bevruchte oöcyt een embryo genoemd en daarna wordt de bevruchte oöcyt een foetus genoemd.
Binnen 30 uren na de conceptie ondergaat de zygote de eerste klievingsdeling.

De morula (moerbei) bestaat uit 16 tot 32 cellen
De klievingsdelingen van de zygote gaan verder in de tuba uterine gedurende 72 tot 96 uren na de conceptie. Tijdens de klievingsdelingen worden 16 tot 32 identieke diploïde cellen gevormd, die omgeven worden door een vlies. Deze cellen worden blastomeren genoemd. Het vlies wat de cellen omgeeft wordt de zona pellucida (glasvlies) genoemd. De zona pellucida voorziet de morula van voedingsstoffen.
Het bijzondere aan de morula is dat deze dezelfde grootte heeft als de zygote in het begin van de conceptie. Zodra de morula uit het zona pellucida barst, wordt deze blastocyste (blastula) genoemd.

De blastula bestaat uit de trofoblast, embryoblast en blastocyste
De blastula is ovaalvormig en bestaat uit verschillende onderdelen. De verschillende onderdelen van de blastula zijn de trofoblast, embryoblast en de blastocyste.
De trofoblast verzorgt de voeding van het ontwikkelende embryo en zal later een belangrijke rol spelen in de vorming van het chorion en uiteindelijk de placenta.
De embryoblast groeit uit tot de embryonale schijf en uiteindelijk het ontwikkelende embryo. De blastocyste vormt de dooierzak die belangrijk is in de vorming van bloedcellen. De blastocyste vormt ook de amnionholte die een belangrijke rol speelt in de vorming van het vruchtwater.

In de gastrulatie worden de verschillende kiemlagen (ectoderm, mesoderm en entoderm) gevormd
In de gastrulatie vindt de innesteling van de zygote in het endometrium (baarmoederslijmvlies) plaats en worden de verschillende kiemlagen (ectoderm, mesoderm en entoderm) gevormd.
De innesteling van de zygote in het endometrium wordt verzorgd door de syncytiotrofoblast, een speciale laag cellen van de trofoblast.
Uit de kiemlagen worden later de verschillende organen en orgaansystemen gevormd. Aanvankelijk worden er twee kiemlagen gevormd. De primitieve ecto- (epiblast) en entoderm (hypoblast). De primitieve ectoderm ligt het dichtst tegen de syncytiotrofoblast aan en de primitieve entoderm ligt onder de primitieve ectoderm.
De gastrulatie wordt gekenmerkt door plooiing van de primitieve ectoderm waardoor het begin van het zenuwstelsel wordt gevormd en ook vormt de primitieve ectoderm de mesoderm. Deze gastrulatie start op ongeveer de zestiende dag na de conceptie.
Uit de ectoderm, mesoderm en endoderm worden de verschillende organen en orgaansystemen gevormd.

Neurulatie, de ontwikkeling van het zenuwstelsel
In de neurulatie (die tijdens de vierde week van de zwangerschap plaatsvindt) van de zygote wordt deze de neurula genoemd. In de neurulatie wordt vanuit het ectoderm eerst de neurale plaat gevormd. De neurale plaat ontwikkelt de primitieve streep en vanuit daar wordt door plooiing en migratie van epiblastcellen (cellen van het ectoderm) de neurale groeve en vervolgens de neurale buis gevormd. De neurale buis is de basis van de hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen.
Ook worden tijdens de neurulatie de somieten gevormd uit het paraxiale mesoderm. De somieten vormen het sclerotoom, myotoom en dermatoom. Vanuit deze structuren worden spieren, gewrichten en huid gevormd.
Vanuit het intermediaire mesoderm wordt het urinewegstelsel gevormd.
Vanuit het laterale mesoderm worden structuren gevormd die het ontwikkelende embryo ondersteunen, zoals de vruchtvliezen en delen van de placenta.

Organogenese, basis voor orgaanvorming
De basis voor de orgaanvorming vindt plaats in week 3 tot week 8 van de zwangerschap. Vanuit de drie kiemlagen; ectoderm, mesoderm en endoderm worden de verschillende organen en orgaansystemen gevormd. Hieronder wordt een korte opsomming gegeven welke organen ontstaan uit de drie verschillende kiemlagen:

  1. Ectoderm: zenuwstelsel, buitenste laag van de huid, ogen, binnenoor en bindweefsels
  2. Mesoderm: bloedsomloop waaronder het hart, nieren, spieren, pezen en beenderen
  3. Endoderm: blaas, maagdarmstelsel en longen

De drie verschillende kiemlagen vormen de verschillende orgaansystemen. Deze vorming van orgaansystemen wordt organogenese genoemd.
Alle weefsels van het lichaam zijn te herleiden tot deze drie kiemlagen.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Voortplanting; de conceptie (bevruchting)

Voortplanting; eerste trimester van de zwangerschap

Voortplantingsstelsel; hormonen en voortplanting

Voortplantingsstelsel; spermatogenese en ejaculatie

Voortplantingsstelsel; de menstruatiecyclus (vorming eicel)

Voortplantingsstelsel; overzicht van de voortplantingsstels

Celdeling: meiose (meiose I en meiose II), de vorming van geslachtscellen

Zwangerschap: de bevruchting (conceptie)

Zwangerschap: eerste vier weken van de zwangerschap

Zwangerschap: vierde tot de achtste week

Zwangerschap: derde tot en met de negende maand

Bronnen:

JE. Hall, 2013, Pocket Companion to Textbook of Medical Physiology, Elsevier Inc
GA Thibodeau, Patton KT 2012, Anatomy & Physiology, Mosby/Elsevier
EN Marieb, Hoehn K 2012, Human Anatomy & Physiology, Pearson/Benjamin Cummings