Urinewegstelsel; plassen, urineren, mictie en zindelijk worden

De nefronen zijn de functionele eenheden van de nieren die verantwoordelijk zijn voor de urinevorming. De gevormde urine wordt verzameld in het nierbekken en vervolgens via de urineleider (ureters) naar de blaas vervoerd. In de blaas kan tot wel 1,5L urine worden opgeslagen. Bij 0,2L urine in de blaas ontstaat echter al lichte aandrang om te plassen. Het daadwerkelijke plassen (urinelozing) is een complex samenspel van zenuwstelsel en spieren. Zindelijkheid treedt pas op als de zenuwbanen die aandrang waarnemen en urinelozing aansturen volledig zijn gerijpt.

Urinevorming vindt plaats in de nefronen
De nieren zijn belangrijke organen die ervoor zorgen dat afvalstoffen worden uitgescheiden en de vocht-, zout-, en zuur-basenbalans in evenwicht blijft. De functionele eenheid van de nieren is het nefron. Wil je meer weten over de bouw en werking van het nefron lees dan het artikel: Urinewegstelsel; anatomie en fysiologie van het nefron. De urine die de nefronen produceren, wordt verzameld in het nierbekken en vervolgens met de ureters (urineleiders) naar de blaas vervoerd. Als de blaas voldoende gevuld is, ontstaat er een blaasreflex en kan de urine via de plasbuis (urethra) buiten het lichaam worden gebracht.

De blaasreflex
Wanneer de blaas voldoende is gevuld (vaak bij ongeveer 0,2L), wordt de blaas licht gerekt. Deze rek wordt geregistreerd door rekreceptoren in de blaaswand. De rekreceptoren zenden een impuls naar de gevoelszenuwen (sensibele zenuwen) van het sacrale ruggenmerg. De sensibele zenuwcellen (afferente zenuw) schakelen op het sacrale ruggenmergsniveau direct over naar een motorische (efferente zenuw) die een impuls naar de blaaswand zendt. Deze efferente zenuw die een impuls naar de blaaswand zendt is de parasympatisch preganglionaire motorische zenuw. Deze parasympatisch preganglionaire motorische zenuw schakelt in de blaaswand over op een postganglionair neuron. De postganglionaire neuron veroorzaakt wanneer de prikkeldrempel is bereikt een actiepotentiaal in de m. detrusor. De m. detrusor zorgt voor samentrekking van de blaaswand. Echt plassen kan echter pas plaatsvinden wanneer de interne en externe kringspier zich ontspannen.

Aandrang om te plassen vindt plaats in de hersenschors van de grote hersenen
Naast een directe schakeling op het sacrale ruggenmergsniveau naar de efferente preganglionaire parasympatische motorische neuron is er ook impulsgeleiding via schakelneuronen naar neuronen in de thalamus en vervolgens naar neuronen van de hersenschors. In de hersenschors wordt de blaasvulling bewust waargenomen en is er gevoel van aandrang. Er ontstaat aandrang om te plassen wanneer de blaas gevuld is met 0,2L urine. Urine kan echter pas uitgedreven worden wanneer de interne en externe kringspier zich ontspannen. De externe kringspier wordt bewust aangestuurd. Dat wil zeggen dat motorische neuronen een impuls via het ruggenmerg naar de externe kringspier sturen om zich te ontspannen.

Wanneer is mijn kind zindelijk? Zindelijkheid ontstaat pas wanneer zenuwbanen goed zijn gerijpt
Zindelijkheid is het vermogen om bewust de urinelozing aan te sturen. Anders gezegd, zindelijkheid is het bewust kunnen waarnemen van plasgevoel en het bewust kunnen ontspannen van de externe kringspier. Het bewust kunnen waarnemen van plasgevoel en het bewust kunnen ontspannen van de externe kringspier is afhankelijk van een rijping van de verantwoordelijke zenuwbanen. Deze rijping van de zenuwbanen heeft tijd nodig en is pas volledig wanneer kinderen tussen de anderhalf en tweeënhalf jaar zijn. Kinderen kan echter voor deze rijping van het zenuwstelsel wel al geleerd worden om op vaste, gezette tijden te laten plassen.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Urinewegstelsel: vorming van erytropoëtine (EPO)

Urinewegstelsel; regulatie van de vochtbalans

Urinewegstelsel; uitscheiding van afvalstoffen

Urinewegstelsel; overzicht van het urinewegstelsel

Urinewegstelsel; anatomie van het urinewegstelsel

Urinewegstelsel; anatomie en fysiologie van het nefron

Urineproductie door de nieren 1

Urineproductie door de nieren 2

Integratie van renale regelmechanismen

Regulatie van de osmolariteit

Regulatie van de tensie door de nieren

Regulatie van het zuur-base evenwicht

Nierziekten en diuretica

Extra-, intracellulaire en interstitiële vloeistof

Nierstenen, nefrolithiasis, oorzaak en behandeling

Bronnen:

JE. Hall, 2013, Pocket Companion to Textbook of Medical Physiology, Elsevier Inc
GA Thibodeau, Patton KT 2012, Anatomy & Physiology, Mosby/Elsevier
EN Marieb, Hoehn K 2012, Human Anatomy & Physiology, Pearson/Benjamin Cummings