Evenwicht en evenwichtsorgaan

Receptoren die de bewegingen van het hoofd registreren en dus belangrijk zijn voor het evenwicht bevinden zich in het inwendige oor. Deze receptoren maken deel uit van het evenwichtsorgaan. De receptoren van het statische evenwicht zijn de maculae van de sacculus en utriculus. De receptoren van het dynamische evenwicht liggen in de crista ampullaris van de booggangen.

Statische evenwicht

De receptoren van het statische evenwicht zijn de maculae van de sacculus en utriculus. De maculae bestaan uit haarcellen met stereocilia en een kinocilium. De stereocilia en kinocilium zijn middels tip links met elkaar verbonden en liggen in een gelei-achtige membraan (otolithisch membraan). De otolithische membraan is verzwaard met otolieten (statolieten, gehoorsteentjes), waardoor de otolithische membraan inerter wordt. Lineaire bewegingen (horizontale en verticale bewegingen) van de otolithische membraan. Beweging van de otolithische membraan veroorzaakt beweging van de haarcellen. Wanneer de haarcellen richting het kinocilium bewegen, veroorzaakt dat depolarisatie van de receptoren. Beweging van de haarcellen in tegengestelde richting van het kinocilium zorgt voor hyperpolarisatie van de receptoren. Depolarisatie van de receptoren veroorzaakt meer actiepotentialen. Hyperpolarisatie van de receptoren veroorzaakt minder actiepotentialen. De receptoren monden uit in de n. vestibularis. Verandering van de actiepotentialen zorgt ook voor veranderingen in de impulsen van de n. vestibularis (een aftakking van hersenzenuw VIII; n. vestibulocochlearis) en uiteindelijk in verandering in prikkeling van de vestibulaire kernen in de hersenstam en cerebellum. Vanuit deze kernen lopen er zenuwvezels naar de oogspierkernen aan de tegengestelde zijde, naar de motoneuronen van skeletspieren in het ruggenmerg (voor het genereren van reflexen) en naar de gyrus postcentralis (voor bewuste ruimtelijke oriëntatie).

Dynamische evenwicht

De receptoren van het dynamische evenwicht liggen in de crista ampullaris aan weerszijden van het hoofd in de booggangen. De receptoren van de crista ampullaris reageren op hoekversnellingen en rotaties van het hoofd. De crista ampullaris bestaat eveneens uit haarcellen. Deze haarcellen liggen in een gelei-achtige substantie die cupula wordt genoemd. Over deze cupula stroomt endolymfe. Rotatoire bewegingen van het hoofd zorgen ervoor dat de endolymfe in tegengestelde richting over de cupula stroomt. De cupula beweegt mee en de cupula depolariseert de cristaampullaris aan de ene kant in de booggangen van het hoofd. Aan de tegengestelde zijde van het hoofd hyperpolariseert echter de crista ampullaris. Dat komt omdat aan deze zijde van het hoofd de haarcellen in tegengestelde richting zijn georiënteerd. Depolarisatie van de receptoren veroorzaakt meer actiepotentialen. Hyperpolarisatie van de receptoren veroorzaakt minder actiepotentialen. De receptoren monden uit in de n. vestibularis. Verandering van de actiepotentialen zorgt ook voor veranderingen in de impulsen van de n. vestibularis (een aftakking van hersenzenuw VIII; n. vestibulocochlearis) en uiteindelijk in verandering in prikkeling van de vestibulaire kernen in de hersenstam en cerebellum. Vanuit deze kernen lopen er zenuwvezels naar de oogspierkernen aan de tegengestelde zijde, naar de motoneuronen van skeletspieren van het ruggenmerg (voor het genereren van reflexen) en naar de gyrus postcentralis (voor bewuste ruimtelijke oriëntatie).

Nystagmus

Impulsen van receptoren van het evenwichtsorgaan worden via de n. vestibularis naar de vestibulaire kernen van de hersenstam en cerebellum gestuurd. In deze kernen worden impulsen van de proprioreceptoren en visuele informatie gecombineerd met impulsen vanuit het evenwichtsorgaan. Vervolgens gaan er efferente impulsen naar de oogspierkernen en elke verandering van de hoofdhouding wordt direct gecorrigeerd door een tegengestelde oogbeweging. Vestibulaire nystagmus is een oogbeweging die tijdens en na rotatie van het hoofd optreedt. Tijdens rotatie bewegen de ogen langzaam in tegengestelde richting van de rotatie. Dit wordt veroorzaakt door het stromen van endolymfe in de booggangen. Het centrale zenuwstelsel corrigeert deze oogbeweging vervolgens door een snelle oogbeweging die met de rotatie mee gaat. Na het stoppen van de rotatie bewegen de ogen langzaam met de eerdere rotatie mee en bewegen juist met een ruk in tegengestelde richting. Nystagmus gaat vaak gepaard met duizeligheid.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Fysiologie van het horen

Bronnen:

JE. Hall, 2006, Pocket Companion to Textbook of Medical Physiology,  Elsevier Inc
GA Thibodeau, Patton KT 2007, Anatomy & Physiology, Mosby/Elsevier
EN Marieb, Hoehn K 2007, Human Anatomy & Physiology, Pearson/Benjamin Cummings