Een hartinfarct (hartaanval), oorzaken, risicofactoren, symptomen en behandeling

Hart- en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer 1 in Nederland. Bijna iedereen kent wel iemand in zijn/haar omgeving die een hartinfarct heeft doorgemaakt. Een groot deel van de mensen die een hartinfarct doormaken, komen hieraan te overlijden. Dit maakt het tot een groot gezondheidsprobleem. In dit artikel wordt ingegaan op de ontstaanswijze, symptomen en behandeling van een hartinfarct. Tevens wordt er kort ingegaan op de risicofactoren voor het krijgen van een hartinfarct.

De ontstaanswijze van een hartinfarct
Wanneer het hart te weinig zuurstof krijgt om adequaat te functioneren (dit wil zeggen het aanbod van  zuurstof is lager dan de vraag van het hart) ontstaat er zuurstoftekort in het hartweefsel. Dit heeft tot gevolg dat het hartweefsel kan afsterven. De oorzaak van het te lage zuurstofaanbod kan verschillende redenen hebben. De meest voorkomende oorzaak van een hartinfarct is atherosclerose van de coronaire vaten van het hart. De coronaire vaten voorzien de hartspier zelf van bloed en  zuurstof. Atherosclerotische vaten zijn vernauwd doordat er zich in de vaatwand onder andere vet ophoopt, deze ophoping noemt met een atherosclerotische plaque. Deze atherosclerotische plaque zorgt ervoor dat het lumen van het bloedvat kleiner wordt. Het vet wat zich ophoopt in de vaatwand is voornamelijk afkomstig van LDL-cholesterol in het bloed. Daarom noemt men dit cholesterol ook wel het “slechte cholesterol”. Iemand die een hoog gehalte LDL cholesterol in zijn bloed heeft, heeft een hoger risico op het ontwikkelen van atherosclerose, dan iemand die een laag of normaal gehalte LDL cholesterol in zijn bloed heeft.

Andere risicofactoren voor het ontwikkelen van atherosclerose zijn hypertensie, roken, diabetes, hogere leeftijd, mannelijke geslacht, weinig beweging en een stressvol levenspatroon. Wanneer de atherosclerotische plaque, in een coronair vat, teveel ruimte in beslag neemt, zal er niet genoeg bloed- en zuurstoftoevoer zijn om de hartspier in zijn zuurstofbehoefte te voorzien. Het gedeelte van de hartspier dat door dat coronair vat van zuurstof wordt voorzien zal infarceren. Behalve atherosclerose zijn er nog andere oorzaken voor het krijgen van een hartinfarct. Trombose kan ook een oorzaak zijn, er komt dan een bloedpropje vast te zitten in een van de coronaire vaten, waardoor het bloedvat afgesloten wordt. Er kan ook te weinig zuurstof in het bloed aanwezig zijn om de hartspier in zijn zuurstofbehoefte te voorzien. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er sprake is van zeer ernstige anemie (“bloedarmoede”) of bij een koolstofmonoxide vergiftiging. Het bloed heeft dan een te lage capaciteit om voldoende zuurstof te vervoeren. Het hart kan ook een verhoogde zuurstofvraag hebben waar niet aan voldaan kan worden. Oorzaken van een verhoogde zuurstofvraag van het hart kunnen bijvoorbeeld sporten, zwangerschap, infectie, hypertensie of Hyperthyroidie (een te hard werkende schildklier) zijn.

Symptomen van een hartinfarct
Wanneer een deel van het hart of de gehele hartspier te weinig zuurstof krijgt ontstaat er necrose (afsterving) van dat weefsel. Er is dan sprake van een hartinfarct. Symptomen van een hartinfarct kunnen zijn: pijn op de borst, zweten, misselijkheid, buiten adem zijn, rusteloosheid. De symptomen ontstaan plots en in rust. Behalve deze verschijnselen, die door de patiënt zelf waargenomen worden, zijn er in het lichaam nog meer veranderingen gaande. Zo zijn er bepaalde stoffen in het bloed aanwezig bij iemand die een hartinfarct doormaakt. Dit komt doordat afstervend hartweefsel enzymen en eiwitten afgeeft aan het bloed. De aanwezigheid van de volgende stoffen in het bloed zijn belangrijke aanwijzingen voor het vaststellen van een hartinfarct:
• Troponine T en troponine I, deze stoffen zijn al na 2 tot vier uur na het begin van het hartinfarct in het bloed aanwezig en kunnen tot 7 dagen aanwezig blijven.
• Creatinine kinase, de concentratie van deze stof is op zijn hoogst na 24 uur en is na ongeveer 48 uur weer verdwenen.

Er worden nog meer stoffen afgegeven door het afstervend hartweefsel, maar deze zijn minder specifiek voor een hartinfarct dan de twee bovengenoemde stoffen. Het maken van een elektrocardiogram (ECG) levert vaak ook veel informatie op voor het stellen van de diagnose hartinfarct. Een normale ECG bestaat uit een P-top, QRS-complex en de T-top. Typische kenmerken van een hartinfarct die je kunt zien op een ECG zijn een lagere Q-golf, een verhoging van het ST-complex en een negatieve T-golf. Van het ECG kun je ook aflezen hoe lang het ongeveer geleden is dat het hartinfarct is ontstaan. Het prikken van bloed voor het testen op aanwezigheid van o.a. troponine T, troponine I en creatininekinase en het maken van een ECG zijn de twee belangrijkste onderzoeken voor het stellen van de diagnose hartinfarct. Het stellen van de diagnose moet zo snel mogelijk gebeuren, zodat snel medisch ingrijpen mogelijk is. daar het hart maar een beperkte tijd zonder zuurstof kan.

De behandeling van een hartinfarct
Zodra er wordt gedacht aan de diagnose hartinfarct wordt er een ECG gemaakt. Als dit de verdenking versterkt wordt er gelijk gestart met het geven van trombolitica en aspirine. Trombolitica en aspirine gaan het stollen van bloed tegen en kunnen er op die manier voor zorgen dat de coronaire vaten weer toegankelijker worden. Als de diagnose met zekerheid is gesteld maar de behandeling met bovengenoemde middelen blijkt niet voldoende, dan kan er besloten worden om te gaan dotteren, dit wordt ook wel percutane transluminale coronaire angioplastiek genoemd (PTCA). Er wordt dan via de lies een dunne katheter ingebracht met op de top een ballon. Deze katheter wordt met behulp van röntgen opgevoerd naar het te behandelen coronair vat. De katheter wordt in de vernauwing geduwd waar de ballon opgepompt wordt. De druk van de ballon zorgt er voor dat de vernauwing weggedrukt wordt. Er kan dan op de plek van de weggedrukte vernauwing een stent worden geplaatst die er voor zorgt dat het coronair vat toegankelijk blijft. Na het doormaken van een hartinfarct kunnen er nog verschijnende complicaties optreden. Enkele van deze, vaak ernstige, complicaties zijn hartritmestoornissen, ruptuur van een wand van het hart, hartfalen, hartstilstand en uitbreiding van het infarct. Wanneer de patiënt na het doormaken van een hartinfarct stabiel is volgt er nog een uitgebreid revalidatie traject.

Risico’s voor het krijgen van een hartinfarct
Er zijn veel risico’s op te noemen voor het krijgen van een hartinfarct. Hieronder volgt een overzicht:
• hypertensie
• roken
• hoog cholesterol niveau (hoog LDL cholesterol niveau)
• overgewicht (BMI >25<30)
• obesitas (BMI > 30, BMI=(lichaamsgewicht[kg]/lichaamslengt[m])2)
• Diabetes mellitus
• Geslacht, tot 50 jaar hebben mannen 4x zoveel risico op een hartinfarct dan vrouwen en op de leeftijd van 60 jaar 2x zoveel risico dan vrouwen.
• Leeftijd, naarmate de leeftijd hoger is, is het risico ook groter
• Gebruik van orale anticonceptiva, vooral als daarbij ook gerookt wordt
• Familiaire belasting
• Weinig lichaamsbeweging
• Persoonlijke kenmerken, personen met een “”type A” persoonlijkheid (hardrijders, tijdbewuste, agressieve personen) hebben een hoger risico op het krijgen van een hartinfarct dan personen met een “type B” persoonlijkheid (personen die ontspannen in het leven staan en makkelijk in de omgang zijn).

Voor het krijgen van een hartinfarct bestaat er een hele reeks risicofactoren. Een heleboel van deze risicofactoren kan men zelf onder controle houden door bijvoorbeeld te stoppen met roken, meer te bewegen en gezond te eten. Op die manier is het aantal slachtoffers van een hartinfarct te beperken.

Lees ook:

Loop geen inkomsten mis, schrijf over hobby, werk of studie en verdien extra inkomsten!

Maak je eigen geldmachine in 8 stappen en wordt financieel onafhankelijk

Het hart, een kort overzicht

Oorzaken, risicofactoren, gevolgen aderverkalking

Sekseverschillen bij hart- en vaatziekten

Beroerte (CVA), oorzaken, symptomen en behandeling

Oorzaak van etalagebenen

Hoe te stoppen met roken?

Afvallen? Zo doe je dat!

Bronnen:
E. Rubin, Farber, JL, Pathology (1999), Lippincott-Raven, Philadelphia, New York
H. de Vries, de Jongh, TOH, Grundmeijer, HGLM, Diagnostiek van alledaagse klachten (2003), Bohn Stafleu van Lofhum, houten
EH van de Lisdonk, van den Bosch, WJHM, Lagro-Janssen, ALM, Ziekten in de huisartspraktijk (2003), Elsevier gezondheidszorg, Maarssen
Parveen Kumar, Michael Clark, Clinical Medicine (2002), W.B. Saunders, Philadelphia